#1 Wat zijn informatievaardigheden?

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Welkom bij deze eerste blogpost, waarin ik je meeneem op reis door het vakgebied ‘informatievaardigheden’. Het is je vast niet ontgaan dat informatievaardigheden onderdeel vormen van digitale geletterdheid, en verplichte kost gaan worden in het po en vo. Maar waar hebben we het eigenlijk over als we praten over ‘informatievaardigheden’?

Wie gaat zoeken op internet en in wetenschappelijke literatuur vindt talloze definities van informatievaardigheden. Ook wetenschappers onderling verschillen van mening. Natuurlijk zit er wel overlap in de definities, maar het roept bij mij meer vragen op dan verheldering: waar houdt informatie op en begint kennis? Wat is het verschil tussen informatievaardigheden en algemene leerstrategieën? Wat is het doel van het aanleren van informatievaardigheden aan leerlingen? Willen we dat ze daarmee beter kunnen functioneren in de maatschappij (ict om te leven), zo beter voorbereid zijn op een leven lang leren (ict voor leren) of zodat ze later hun werk beter kunnen uitvoeren (ict voor werken)? En is de traditionele benadering van (analoge) informatievaardigheden nou zo verschillend van de digitale informatievaardigheden?

Excuses, lezer, u schiet natuurlijk ook niets op met al deze vragen! Laten we daarom beginnen bij de etymologie van de woorden informatie en vaardigheden, om te kijken of we daar wijzer uit worden. Het woord informatie is afgeleid van van het Latijnse werkwoord ‘informare’ [instrueren, opleiden]. Het is een samenstelling van het woord in [in] en formare [vorm aan iets geven]. Dit geeft ook mooi het verschil aan met data (van het Latijn datum [dat wat gegeven is]: losse feiten of losse stukjes ongeanalyseerde informatie. Wanneer we deze data ‘in vorm brengen’, door er structuur, context en samenhang aan te geven, is deze inzetbaar als informatie. En dan nog het tweede deel van de term: vaardigheden. Dit woord is afgeleid van vaardig, wat weer afgeleid is van vaart: tocht, gang, snelheid, koers. Het heeft dus zijn oorsprong in varen en vaardig betekent dan iets als ‘gereed om te gaan, klaar voor de reis’.

Informatievaardig? Ik ben zeker klaar voor de reis om vorm te geven aan dit onderwerp!

Bronnen

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.