Informatievaardigheden, information literacy of information-problem solving?

Er zijn allerlei termen in omloop in de wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke literatuur om informatievaardigheden aan te duiden. In gesprek met collega's van de HU probeerde ik erachter te komen welke beelden en associaties de verschillende termen oproepen.
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

In de laatste sessie van het pre-promotietraject onder leiding van Lisette Munneke mochten alle deelnemers iets over hun project vertellen. Ik zette de collectieve denkkracht van de groep in om helder te krijgen welke Engelstalige term ik voor informatievaardigheden zou gaan hanteren in mijn onderzoek: information literacy (vanuit de bibliotheekwetenschappen) of information-problem solving (meer vanuit onderwijskunde). Ik vroeg mijn collega’s om in groepjes van drie te tekenen wat voor beelden en gevoelens ze kregen bij een van deze twee termen.

Information literacy

Het groepje met de term information literacy kreeg beelden van boeken, studeren, een nerd en een soort afzondering van de werkelijkheid. De eerste associatie bij iemand was een ‘kots-emoji’ bij de gedachte aan checklistjes over betrouwbare bronnen en strak letten op APA-richtlijnen. Ook roept de term literacy (geletterdheid) vooral associaties op met schriftelijke bronnen, zoals boeken en tijdschriften. Ze kregen de indruk dat men dit presenteert als een lineair proces, terwijl zij het meer zagen als een iteratief proces.
Het groepje had ook wat kritische vragen hierbij: welke bron geschikt is, hangt erg af van de informatiebehoefte en de context. Soms is een academische bron noodzakelijk, maar in andere geval is een blog ook prima. Er is dus ook niet één richtlijn of checklist te geven hiervoor. De vraag ontstond ook of informatie altijd academisch moet zijn. Op welke informatie baseert een ‘evidence-based practicioner’ zich? Hoe kun je onmiddellijk handelen in context? En wat is de rol van just-in-time technologie daarin in de toekomst? (een AI die je tips geeft over je handelen)

Information-problem solving

Het tweede groepje tekende hun beelden bij de term information-problem solving. Ze representeerden een complex repertoire aan verschillende informatiebronnen (tekst, multimedia, personen) waaruit een bepaald probleem naar voren komt. In de eerste studiejaren geeft de docent wellicht deze bronnen en draagt het probleem aan, in hogere jaren wordt steeds meer verwacht dat de student zelf deze problemen uit de complexe werkelijkheid (vol van informatie) destilleert. De student reflecteert op wat bruikbaar en relevant is, ordent en verwerkt de informatie om het probleem ‘op te lossen’ door het te interpreteren. De vraag kwam naar boven of dit eindproduct eigenlijk ook niet nieuwe informatie is. Het groepje kwam uit op een cyclisch beeld van information-problem solving, waarbij je op zoek gaat naar informatie om een probleem op te lossen, maar dat tegelijkertijd de gevonden informatie bepaalt welke problemen je identificeert. Daarnaast draag je zelf als producent ook bij aan de beschikbare informatie. Door het omzetten van informatie tot een product (infographic, presentatie, blog, …) creëer je kennis. Het stukje verwerken, ordenen en interpreteren is hierbij essentieel om de kwaliteit van wat je bijdraagt te borgen.

Informatievaardigheden in de onderwijspraktijk

Hoe zien deze vaardigheden er nou uit in de praktijk? Wat voor gedrag en houding willen we bij de studenten zien? Lisette gaf mooi aan dat ze de studenten ‘wil zien puzzelen’. Om dit te kunnen zien is het essentieel om met studenten het zoekproces in kaart te brengen en hier (les)tijd voor te nemen. Hoe heb je gezocht? Welke termen heb je gebruikt? Wat heb je gedaan met de gevonden informatie? Dit koppel je dan aan een concrete beroepstaak of leertaak. Door dit samen zo uit te pluizen worden studenten zich bewust van het proces, wat meestal thuis uit het zicht van de leraar gebeurt.

Mark bracht in dat het ook interessant is om te kijken naar hoe je informatie kunt ontsluiten die in jezelf zit. Welke methodieken zijn daarvoor? Hoe maak je voor een ander inzichtelijk wat je weet? Welke technieken en methodieken zijn hiervoor effectief? Dit sluit mooi aan bij de theoriën over tacit en explicit knowledge. Om ervoor te zorgen professionals en studenten van elkaar kunnen leren, is het nodig om impliciete kennis impliciet te maken. Ook dit verdient een plekje binnen de opleiding om hier al mee te oefenen.

Conclusie

De term information-problem solving lijkt het meest de beelden en associaties op de roepen met hoe ik naar informatievaardigheden kijk: een complex en iteratief proces, waarvoor een set nauw met elkaar verweven complexe competenties nodig zijn. In de term en het model dat ik voor informatievaardigheden ga hanteren of ontwikkelen moeten in ieder geval de volgende aspecten naar voren komen:

  • Het kan gaan over allerlei type bronnen, ook multimediaal
  • De geschiktheid van een type bron hangt af van de vraag, het doel en de context. Er is geen one-size-fits-all checklijst te maken.
  • De rol als producent van informatie mag meer nadruk krijgen.
  • Het proces is niet lineair, je kunt ook beginnen met informatie delen, om zo tot een scherpere onderzoeksvraag te komen.
  • Het proces moet zichtbaar gemaakt worden, om er samen op te kunnen reflecteren.

Leave a Reply

Your email address will not be published.