Digitale informatievaardigheden: een misnomer

De term "informatievaardigheden" of "digitale informatievaardigheden" wordt vaak gebruikt als een term voor het vermogen om online informatie te vinden en effectief te gebruiken om kennis te construeren. Maar is de benaming 'vaardigheden' eigenlijk wel juist?
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

De term “informatievaardigheden” of “digitale informatievaardigheden” wordt vaak gebruikt als een term voor het vermogen om online informatie te vinden en effectief te gebruiken om kennis te construeren. Het SLO (2022, p.1) definieert digitale informatievaardigheden als: ‘het systematisch, effectief en efficiënt gebruikmaken van digitale bronnen bij het verzamelen, evalueren, verwerken en delen van digitale informatie’. Maar is de benaming ‘vaardigheden’ eigenlijk wel juist?

Meer dan een vaardigheid

Informatievaardigheden gaan namelijk niet alleen om vaardigheden, maar om de integratie van kennis, vaardigheden en houding. De prestaties van studenten kunnen worden verbeterd of geremd door een of meer van deze componenten. Leerlingen met een goed begrip van hoe informatie wordt geproduceerd en gewaardeerd, zijn bijvoorbeeld mogelijk beter in staat om de geloofwaardigheid van bronnen te beoordelen of om geen plagiaat te plegen. Leerlingen die gemotiveerd zijn om iets te weten te komen (het nieuwste mobieltje voor de laagste prijs!), zullen veel grondiger informatie (uit)zoeken en tot een weloverwogen conclusie komen.

Informatievaardigheden: een misnomer

De term ‘informatievaardigheden’ of ‘digitale informatievaardigheden’ is eigenlijk een misnomer. De term ‘vaardigheden’ is een beperkte weergave van wat informatievaardigheden eigenlijk inhouden en legt te veel de nadruk op de instrumentele aspecten. Dit is terug te zien in de nadruk van rubrics/lesmaterialen op dit gebied op puur de technische aspecten van het zoeken: de zoektermen, lijstjes voor het herkennen van betrouwbare bronnen en het refereren naar bronnen (al dan niet via APA-regels). De vraag is echter of dit soort afvinklijstjes het juiste gedrag bij leerlingen/studenten aanwakkeren. De term “informatievaardigheden” zou eigenlijk meer omvattend moeten zijn om recht te doen aan de componenten van kennis, vaardigheden en houding.

Digitale informatiecompetentie

Een betere benaming zou dan zijn: “digitale informatiecompetentie”, die benadrukt dat het gaat om een ‘coherent cluster van kennis, vaardigheden en houding gaat’, die kan gebruikt worden in een authentieke setting. (Mulder 2014, p. 111). Deze competentie kan dan weer uit deelcompetenties bestaan, zoals het formuleren van je zoekvraag, zoeken, selecteren, evalueren, verwerken/synthetiseren en presenteren van informatie. De definitie van ‘digitale informatiecompetentie’ kan dan zijn:
“Een set aan complexe competenties die nodig is om geschikte en betrouwbare online informatie te vinden, informatie uit verschillende bronnen te synthetiseren en deze op significante wijze te integreren met bestaande kennis om zo nieuwe kennis te construeren.” (Boetje, 2023)

Conclusie

Informatievaardigheden zijn niet alleen vaardigheden, maar een integratie van kennis, vaardigheden en houding. De term “informatievaardigheden” is dus een misnomer en legt te veel de nadruk op instrumentele aspecten. De term “digitale informatiecompetentie” benadrukt dat het gaat om een coherent cluster van kennis, vaardigheden en houding. Digitale informatiecompetentie geeft ruimte voor een meer holistische benadering, die meer ruimte geeft voor de cruciale aspecten van digitale informatiecompetentie, waar het eigenlijk om draait: het synthetiseren van informatie uit meerdere digitale bronnen om nieuwe kennis te creëren.

2 Comments

  1. Jos van Helvoort

    Hoi Josien, de term ‘Informatievaardigheden’ is in het Nederlands u eenmaal ingeburgerd doordat Albert Boekhorst het als eerste gebruikte voor het Amerikaanse begrip Information Literacy. Niet een heel gelukkige keuze omdat het zo nogal ‘plat’ geslagen wordt zoals je zelf ook constateert. Toch hebben ook anderen (bijvoorbeeld Saskia Brand-Gruwel) ermee leren leven.

    Wat betreft je eigen definitie: Je spreekt over “complexe competenties” maar competenties worden zelf al gezien als een “complex geheel”. Ik zou dus eerder spreken over de competentie Information Literacy als een “complex geheel van vaardigheden”. Zie ook de onderzoeksartikelen van de onderzoeksgroep van Saskia Brand aan de OU.

    • Josien Boetje

      Beste Jos,
      Bedankt voor je interessante reactie. In een aantal werken van Brand-Gruwel kom ik ook de Nederlandse term ‘informatieprobleem oplossen’ tegen, maar die bekt in het Nederlands ook niet zo lekker.

      Wat betreft je punt over het bijvoeglijk naamwoord ‘complex’, ben ik het met je eens dat een competentie zelf al een ‘complex geheel’ is. Echter, ben ik het niet eens met Brand-Gruwel et al. die het een ‘complex geheel van vaardigheden’ zien, om dezelfde reden dat het de nadruk te veel legt op het instrumentele aspect. Ik zou het dus liever zien als een ‘complex geheel aan (deel)competenties’, naar het Engelse ‘competency’ wat de onderzoeksgroep van prof. Martin
      “…an element and characteristic of competence” (Mulder, 2017, p. 14) or as “…a coherent cluster of knowledge, skills and attitudes which can be utilized in real performance contexts” (Mulder 2014, p. 111). Echter, heb ik in het Nederlands nog geen goede vertaling voor ‘competency’ gevonden, mogelijk wordt dat dan ‘deelcompetentie’. Wat ik hier wil benadrukken is dat die deelcompetenties in zichzelf al complex zijn, e.g. het synthetiseren van informatie is als een complexe (deel)competentie die een integratieve set van kennis, vaardigheden en houding vereist.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *